Wat is ADL-ondersteuning?

ADL-ondersteuning, oftewel ondersteuning bij Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL), is een essentieel onderdeel van de verpleegkundige en verzorgende zorg. Het gaat om het bieden van hulp bij fundamentele dagelijkse activiteiten zoals wassen, aankleden, eten, drinken, toiletgang en verplaatsen. Deze ondersteuning is onmisbaar voor patiënten en cliënten die door ziekte, handicap of ouderdom niet langer zelfstandig deze taken kunnen uitvoeren.

Wie mag ADL-ondersteuning uitvoeren?

De Wet BIG (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) regelt welke zorgverleners bevoegd zijn om ADL-ondersteuning te verlenen. Over het algemeen kunnen de volgende professionals deze werkzaamheden uitvoeren:

  • Verpleegkundigen - Met een wettelijk erkende verpleegkundige opleiding en BIG-registratie.
  • Verzorgenden - Met een opleiding in de verzorgende/-IG richtingen en vaak aanvullende scholing.
  • Helpenden - Met een opleiding in de richting van Medewerker Maatschappelijke Zorg of Persoonlijke Verzorging.
  • Mantelzorgers - Familieleden of naasten die informele zorg verlenen.

In sommige gevallen kan ook een arts of physician assistant ADL-ondersteuning bieden, bijvoorbeeld bij complexe zorgvragen. Belangrijke voorwaarden zijn dan wel dat zij hiervoor de juiste bekwaamheid hebben aangetoond en onderhouden volgens de eisen van de Wet BIG.

Hoe verloopt ADL-ondersteuning?

Het bieden van ADL-ondersteuning kent doorgaans de volgende stappen:

  1. Inventarisatie: De zorgverlener brengt in kaart welke ADL-taken de patiënt/cliënt nog zelfstandig kan uitvoeren en waar ondersteuning nodig is.
  2. Zorgplan: Op basis hiervan wordt een individueel zorgplan opgesteld, waarin de benodigde ADL-ondersteuning wordt beschreven.
  3. Uitvoering: De zorgverlener voert de ADL-taken uit volgens het zorgplan, met aandacht voor de wensen, mogelijkheden en beperkingen van de patiënt/cliënt.
  4. Evaluatie: Regelmatig wordt geëvalueerd of de geboden ADL-ondersteuning nog steeds aansluit bij de actuele zorgbehoefte.

Benodigde materialen en hulpmiddelen

Voor een goede uitvoering van ADL-ondersteuning kan gebruik worden gemaakt van diverse materialen en hulpmiddelen, zoals:

  • Douchestoel, grijpstok of andere Baden-, Toiletteren- en Verplaatsen (BTV)-hulpmiddelen
  • Antislipmatten, verhoogde wc-brillen of andere woningaanpassingen
  • Tilliften, loophulpmiddelen of rolstoelen
  • Aangepaste eet- en drinkgerei
  • Incontinentiemateriaal en verzorgingsproducten

De inzet van deze hulpmiddelen draagt bij aan het behoud of vergroten van de zelfredzaamheid van de patiënt/cliënt.

Indicaties en contra-indicaties

ADL-ondersteuning is geïndiceerd bij patiënten/cliënten die door ziekte, ouderdom of handicap (tijdelijk of blijvend) niet langer zelfstandig kunnen voldoen aan hun basisbehoeften op het gebied van wassen, aankleden, toiletgang, eten, drinken en verplaatsen.

Contra-indicaties voor ADL-ondersteuning zijn er niet per se. Wel kan het voorkomen dat bepaalde medische aandoeningen of situaties een aangepaste aanpak vereisen, zoals:

  • Infectierisico’s - Extra hygiënemaatregelen
  • Cognitieve stoornissen - Begeleiding op maat
  • Palliatieve fase - Nadruk op comfort en welzijn

In al deze gevallen is het van belang dat de zorgverlener de ondersteuning afstemt op de specifieke behoeften van de patiënt/cliënt.

Risico’s en complicaties

Bij het bieden van ADL-ondersteuning zijn er enkele risico’s en mogelijke complicaties waar zorgverleners alert op moeten zijn:

  • Valrisico - Door gebruik van (ongeschikte) hulpmiddelen of onvoldoende ondersteuning bij transfers
  • Huidletsel - Door te lang in één positie liggen of onvoldoende wikkelenen en verzorging
  • Infecties - Door onvoldoende hygiëne of onjuist gebruik van materialen
  • Ondervoeding/uitdroging - Door problemen met eten, drinken of toiletgang
  • Frustratie/onrust - Door onvoldoende aansluiting op wensen en mogelijkheden van de patiënt/cliënt

Deze risico’s kunnen grotendeels worden voorkomen door zorgvuldig te werken volgens protocollen en richtlijnen, en door goed te communiceren met de patiënt/cliënt.

Training en certificering

Om ADL-ondersteuning op de juiste manier te kunnen verlenen, is specifieke theoretische en praktische training vereist. Deze maakt doorgaans deel uit van de beroepsopleiding tot verpleegkundige, verzorgende of helpende.

Daarnaast kunnen zorgverleners aanvullende scholing volgen, zoals cursussen Basis Verpleegkundige Handelingen (BVH) of specifieke trainingen rond hulpmiddelen en verzorgende technieken. Voor het werken met bepaalde apparatuur, zoals tilliften, is vaak een aparte certificering nodig.

Het is van belang dat zorgverleners hun bekwaamheid in ADL-ondersteuning regelmatig laten toetsen en onderhouden, zodat zij up-to-date blijven met de nieuwste inzichten en richtlijnen.

Best practices voor ADL-ondersteuning

Enkele belangrijke aandachtspunten voor een goede uitvoering van ADL-ondersteuning zijn:

  • Betrek de patiënt/cliënt actief bij de uitvoering en respecteer zijn/haar autonomie
  • Werk volgens de principes van persoonsgerichte zorg
  • Pas de ondersteuning aan op de individuele behoeften en mogelijkheden
  • Maak waar mogelijk gebruik van hulpmiddelen om zelfredzaamheid te bevorderen
  • Voer taken hygiënisch en veilig uit, volgens geldende richtlijnen
  • Documenteer de geboden ADL-ondersteuning zorgvuldig in het zorgdossier

Documentatie en registratie

Van elke uitgevoerde ADL-handeling dient de zorgverlener een notitie te maken in het zorgdossier van de patiënt/cliënt. Hierin wordt in ieder geval vastgelegd:

  • Datum en tijdstip van de handeling
  • Uitgevoerde ADL-taken (wassen, aankleden, etc.)
  • Gebruikte materialen en hulpmiddelen
  • Eventuele bijzonderheden of afwijkingen
  • Evaluatie van de uitgevoerde ondersteuning

Deze gegevens zijn van belang voor de continuïteit en kwaliteit van zorg, en kunnen tevens dienen als verantwoording naar inspectie en verzekeraars.

Veelgestelde vragen over ADL-ondersteuning

Wat wordt verstaan onder ADL-ondersteuning? ADL-ondersteuning omvat het bieden van hulp bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen, zoals wassen, aan- en uitkleden, eten, drinken, toiletgang en verplaatsen.

Welke zorgverleners mogen ADL-ondersteuning bieden? Volgens de Wet BIG mogen verpleegkundigen, verzorgenden en helpenden ADL-ondersteuning verlenen, mits zij hiervoor de juiste bekwaamheid hebben aangetoond.

Hoe wordt ADL-ondersteuning in de praktijk uitgevoerd? De zorgverlener brengt eerst de ADL-behoeften in kaart, stelt een zorgplan op en voert de ondersteuning vervolgens stap-voor-stap uit. Hierbij worden waar nodig hulpmiddelen ingezet.

Wat zijn de risico’s bij ADL-ondersteuning? Veel voorkomende risico’s zijn valgevaar, huidletsel, infecties, ondervoeding/uitdroging en onrust bij de patiënt/cliënt. Deze kunnen worden voorkomen door zorgvuldig te werken volgens richtlijnen.

Hoe onderhouden zorgverleners hun bekwaamheid in ADL-ondersteuning? Naast de basisopleiding is aanvullende scholing en regelmatige toetsing van de bekwaamheid belangrijk om up-to-date te blijven met de nieuwste inzichten en richtlijnen.

Bronnen:

  • Wet BIG (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg)
  • Richtlijn ‘Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL) in de verpleging en verzorging’ - V&VN
  • Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg - Zorginstituut Nederland
  • ‘Basale Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL)’ - Vilans