Wat is AED-bediening?
AED-bediening (Automatische Externe Defibrillator) is een cruciale vaardigheid in de zorg. Een AED is een draagbaar apparaat dat een elektrische schok kan toedienen aan iemand met een hartstilstand, om het hartritme te herstellen. Het snel en correct bedienen van een AED kan het verschil maken tussen leven en dood.
Wie mag dit uitvoeren?
In Nederland bepaalt de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) wie bevoegd is om een AED te gebruiken. Volgens deze wet mogen de volgende zorgprofessionals een AED bedienen:
- Artsen
- Verpleegkundigen (met een bekwaamheidsverklaring)
- Andere zorgverleners die hiervoor specifiek zijn getraind en bevoegd verklaard
De bekwaamheid om een AED te gebruiken moet worden aangetoond via een training en toetsing. Zorgorganisaties zijn verantwoordelijk voor het faciliteren van deze AED-trainingen voor hun medewerkers.
Hoe werkt AED-bediening?
De stappen voor het correct bedienen van een AED zijn:
- Controleer de situatie - Zorg voor de veiligheid van jezelf en het slachtoffer. Roep om hulp.
- Start reanimatie - Begin met onafgebroken borstcompressies en beademingen (volgens de richtlijnen).
- Schakel de AED in - Volg de stapsgewijze instructies op het scherm of via gesproken aanwijzingen.
- Plaats de elektroden - Ontbloot de borstkas en plak de elektroden volgens de markeringen op het lichaam.
- Analyse laten uitvoeren - De AED analyseert het hartritme en bepaalt of een schok nodig is.
- Schok toedienen - Indien nodig, geeft de AED een gecontroleerde elektrische schok toe.
- Reanimatie voortzetten - Na de schok, hervat je onmiddellijk de borstcompressies en beademingen.
- Blijf monitoren - Blijf het slachtoffer monitoren tot professionele hulp arriveert.
Benodigde materialen
Voor het correct bedienen van een AED zijn de volgende materialen noodzakelijk:
- Automatische Externe Defibrillator (AED)
- Elektrode-pads voor volwassenen en eventueel kinderen
- Beschermingsmiddelen zoals maskers voor mond-op-mondbeademing
De AED geeft zelf duidelijke stapsgewijze instructies over het aanbrengen van de elektroden en het toedienen van de schok.
Indicaties en contraindicaties
Een AED wordt ingezet bij een plotselinge hartstilstand (circulatiestilstand) als gevolg van een levensbedreigende hartritmestoornis, zoals ventrikelfibrilleren.
Er zijn geen absolute contraindicaties voor het gebruik van een AED. De AED zal zelf bepalen of een schok noodzakelijk is. Het is belangrijk om de reanimatie direct te starten en de AED zo snel mogelijk in te zetten.
Risico’s en complicaties
Het gebruik van een AED brengt over het algemeen weinig risico’s met zich mee. Mogelijke complicaties kunnen zijn:
- Huidirritatie door de elektroden
- Brandwonden door de elektrische schok
- Borsttrauma door de krachtige borstcompressies
Deze complicaties zijn zeldzaam en over het algemeen mild. Het voordeel van een snelle defibrillatie weegt ruimschoots op tegen de beperkte risico’s.
Training en certificering
Om bekwaam te worden in het gebruik van een AED, moeten zorgprofessionals een geaccrediteerde training volgen. Deze training omvat:
- Theoretische kennis - Leren over de werking van het hart, hartritmestoornissen en de werking van de AED.
- Praktijkoefeningen - Onder begeleiding oefenen met reanimatie en AED-bediening.
- Toetsing - Aantonen van de bekwaamheid door middel van een praktijkexamen.
Na de training ontvangen deelnemers een certificaat. Dit certificaat is doorgaans 2 jaar geldig en moet daarna worden hernieuwd door middel van een herhalingstraining.
Best practices
Voor een correcte en veilige uitvoering van AED-bediening zijn de volgende best practices van belang:
- Snelle herkenning - Snel herkennen van een hartstilstand is cruciaal om snel te kunnen handelen.
- Direct starten - Begin onmiddellijk met reanimatie, zonder de AED af te wachten.
- Volg instructies - Volg de stapsgewijze instructies van de AED nauwkeurig op.
- Minimale onderbreking - Onderbreek de borstcompressies zo min mogelijk tijdens het aanbrengen van de elektroden.
- Blijf monitoren - Blijf het slachtoffer continu monitoren tot professionele hulp arriveert.
- Documenteer - Leg de gebeurtenissen zorgvuldig vast in het patiëntendossier.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen reanimatie en AED-bediening? Reanimatie omvat alle handelingen om iemand met een hartstilstand te helpen, zoals borstcompressies en beademen. AED-bediening is één specifiek onderdeel hiervan, namelijk het toepassen van de elektrische schok om het hartritme te herstellen.
Moet ik een AED-training hebben om een AED te mogen gebruiken? Ja, om een AED veilig en effectief te kunnen bedienen, is een geaccrediteerde training verplicht. Zonder deze training mag je geen AED gebruiken.
Wat als de AED geen schok adviseert? Als de AED aangeeft dat er geen schok nodig is, moet je doorgaan met reanimatie volgens de richtlijnen voor borstcompressies en beademing. Blijf het slachtoffer monitoren en wacht op de komst van professionele hulp.
Kan ik een AED-schok toedienen aan zwangere vrouwen? Ja, in geval van een hartstilstand is het noodzakelijk om ook bij zwangere vrouwen een AED-schok toe te dienen. De voordelen wegen op tegen de minimale risico’s.
Moet ik de AED-training om de zoveel tijd herhalen? Ja, om je bekwaamheid te behouden, is het noodzakelijk om de AED-training regelmatig, doorgaans om de 2 jaar, te herhalen en je certificaat te verlengen.
Bronnen
- Reanimatieraad Nederland - Richtlijnen Reanimatie 2020
- Rijksoverheid - Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG)
- Hartstichting - AED Informatie
- KNMG - Richtlijn Omgaan met een AED

