Wat is Sondevoeding?
Sondevoeding is het toedienen van voeding via een sonde. Dit kan via de neus (neussonde) of direct in de maag (PEG-sonde). Deze vorm van voeding wordt toegepast als iemand niet (voldoende) in staat is om zelf te eten of te drinken.
Wie mag Sondevoeding toedienen?
Sondevoeding is een verpleegtechnische handeling die uitgevoerd mag worden door:
- Artsen
- Verpleegkundigen (mits zij bekwaam zijn verklaard)
- Andere zorgprofessionals, zoals diƫtisten, die hiervoor bevoegd en bekwaam zijn
In de Wet BIG (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) is vastgelegd welke voorbehouden handelingen enkel door artsen of door andere beroepsbeoefenaren onder bepaalde voorwaarden mogen worden uitgevoerd. Het toedienen van sondevoeding valt onder deze voorbehouden handelingen.
Hoe werkt Sondevoeding?
Stap 1: Voorbereiding
- Controleer de voorschriften, inclusief de hoeveelheid, snelheid en samenstelling van de sondevoeding.
- Bereid de sondevoeding volgens het protocol van de instelling voor.
- Controleer de positie van de sonde, bijvoorbeeld door het aspireren van maagsap.
Stap 2: Toediening
- Sluit de sondevoeding aan op de sonde.
- Geef de sondevoeding volgens het voorschrift, met de juiste snelheid.
- Controleer regelmatig of de patiƫnt de voeding goed verdraagt.
Stap 3: Afsluiten
- Spoel de sonde na met water om verstopping te voorkomen.
- Verwijder eventuele hulpmiddelen op een hygiƫnische manier.
- Registreer de uitgevoerde handeling in het patiƫntendossier.
Benodigde materialen
- Sonde (neussonde of PEG-sonde)
- Sondevoeding (vloeibaar of poeder)
- Infuuspompen of spuiten voor toediening
- Bevestigingsmaterialen (tape, fixatiepleister)
- Handschoenen, schort en andere persoonlijke beschermingsmiddelen
- Water voor het doorspoelen van de sonde
Indicaties voor Sondevoeding
Sondevoeding wordt toegepast bij patiƫnten die:
- Niet (voldoende) in staat zijn om zelf te eten of te drinken
- Een verminderde eetlust hebben, bijvoorbeeld door ziekte of behandeling
- Problemen hebben met kauwen of slikken
- OndervoеГ zijn of risico lopen op ondervoeding
Contra-indicaties en Risicoās
Sondevoeding kent enkele contra-indicaties en risicoās, zoals:
- Obstructie of letsel aan de slokdarm of maag
- Ernstige reflux of bloedingen in de maag
- Verhoogde intracraniale druk
- Onrust of agitatie bij de patiƫnt
Mogelijke complicaties zijn onder andere:
- Verstopping of dislokatie van de sonde
- Aspiratie van voeding
- Infecties rond de sondeplaats
- Diarree, obstipatie of andere maag-darmproblemen
Het is belangrijk dat zorgprofessionals deze risicoās kennen en proactief maatregelen nemen om complicaties te voorkomen.
Training en Certificering
Verpleegkundigen en andere bevoegde zorgprofessionals moeten bekwaam zijn in het toedienen van sondevoeding. Dit houdt in dat zij:
- Theoretische kennis hebben over sondevoeding, de indicaties, werkwijze en mogelijke complicaties.
- Voldoende praktijkervaring hebben opgedaan onder supervisie.
- Hun bekwaamheid hebben aangetoond door middel van toetsing.
- Deze bekwaamheid periodiek laten hertoetsen om up-to-date te blijven.
Verschillende opleidingsinstituten en zorgorganisaties bieden trainingen aan om verpleegkundigen en zorgmedewerkers op te leiden en te certificeren voor het toedienen van sondevoeding.
Best Practices
Enkele belangrijke best practices voor het correct toedienen van sondevoeding:
- Volg altijd het protocol van de instelling op
- Controleer voor aanvang de positie en doorlaatbaarheid van de sonde
- Doseer de sondevoeding volgens voorschrift, met de juiste snelheid
- Let op tekenen van intolerantie en stop direct bij complicaties
- Registreer zorgvuldig in het patiƫntendossier
- Communiceer duidelijk met de patiƫnt en betrek hem/haar waar mogelijk
Documentatie
Van het toedienen van sondevoeding moet een zorgvuldige documentatie worden bijgehouden in het patiƫntendossier. Hierin wordt vastgelegd:
- Type en positie van de sonde
- Samenstelling, hoeveelheid en toedieningssnelheid van de sondevoeding
- Observaties tijdens de toediening, zoals reacties van de patiƫnt
- Eventuele bijzonderheden of complicaties
- Genomen maatregelen
Deze documentatie is essentieel voor de continuĆÆteit en kwaliteit van de zorg.
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen een neussonde en een PEG-sonde? Een neussonde wordt via de neus ingebracht en loopt door de slokdarm naar de maag. Een PEG-sonde wordt chirurgisch aangelegd, waarbij een sonde direct in de maag wordt gebracht via een opening in de buikwand.
Hoe vaak moet de sonde verwisseld worden? De gemiddelde gebruiksduur van een sonde is 4-6 weken. Dit hangt af van het type sonde, de conditie ervan en eventuele complicaties. Zorgverleners controleren de sonde regelmatig en vervangen deze indien nodig.
Kan sondevoeding gevaren opleveren? Ja, sondevoeding kent enkele risicoās zoals aspiratie, infecties en darmklachten. Daarom is het belangrijk dat alleen bevoegde en bekwame zorgprofessionals sondevoeding toedienen, volgens de juiste procedures.
Hoe weet ik of de patiƫnt de sondevoeding goed verdraagt? U kunt dit beoordelen door te letten op symptomen als misselijkheid, braken, buikpijn of diarree. Ook het monitoren van vitale functies als temperatuur en bloeddruk is belangrijk.
Wat als de patiƫnt de sonde probeert te verwijderen? Probeer eerst rustig met de patiƫnt te communiceren en uit te leggen waarom de sonde nodig is. Fixeer de sonde indien nodig met pleister of bandage, maar gebruik geen fysieke dwang. Betrek zo nodig familieleden of een specialist.
Bronnen
- Richtlijn Enterale Voeding, V&VN
- Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG)
- Handreiking Sondevoeding, Verenso
- Kennisbank Verpleegtechnische Vaardigheden, Vilans

